Ondermijnen
Station Bergen op Zoom.
Net de trein gemist.
Hoewel, ik had die van vijf over tien niet gepland.
Dus is het ook niet echt missen.
Cappuccino en een bounty gekocht.
En een gratis krant: De Pers.
Om de tijd te doden.Wat dus eigenlijk niet kan, de tijd doden.
Rare uitdrukking eigenlijk.
Mits Vadertje Tijd echt bestaat en ik een killer-instinct zou hebben.
Misschien ben ik wel in staat om te moorden, maar nu even niet.
Veel te warm.
Na een minuut of twintig komt mijn trein eraan.
Zo gaat dat.
Het is mijn trein, terwijl er niets is dat van mij is.
Ik heb min of meer een plek gehuurd, omdat ik een kaartje heb.
Maar de trein is niet van mij.
Ook weer zoiets geks.
Ik stap in mijn trein en zoek een plek.
Het is een dubbeldekker, dus eerst boven kijken.
Dat heb ik graag, zo’n bovenplek.
Beetje over het gepeupel heen kijken.
Het is tenslotte mijn uitzicht, het zijn mijn weilanden en het is mijn voorbijtrekkende landschap.
Maar boven is geen plek meer.
Allemaal gele en roze mantelpakjes met veel te rode lippenstift, handtasjes en rollen peperpmunt.
Voorheen zou ik niet zo merkbaar verveeld en geïrriteerd hebben rondgekeken en weer terug naar beneden zijn gegaan.
Ik zou, tegen mijn zin in, een plekje naast een van deze veel te opgewekt grijze dames uitgekozen.
Mezelf een laffe lul vinden, omdat ik het zo gek vind om een coupé binnen te lopen en me vervolgens te bedenken.
Nu niet.
Ik ben dapper en heb schijt aan alles.
Ik keer bij het zien van deze troep bruine panty’s en kunstgebitten resoluut om en loop naar beneden.
Kijk, hier is het ineens heel rustig.
Op het blikken geluid van een telefoon na waar een heel zeikerig R&B-deuntje uitkomt.
De laatste trend in personal audio-land: zet je persoonlijke tooltje lekker hard aan, zodat iedereen kan meeluisteren.
Ja, ik ben de opperzeikerd vandaag.
Ik lees mijn krant en verbaas me over de inhoudsloosheid ervan.
Enorme artikelen die de verwachting wekken dat ze de achtergrond van een bericht zullen schetsen, maar het blijken steeds loze stukken tekst te zijn.
Vind ik.
Maar oké, het is leesvoer.
Blijkbaar de nieuwe vorm van fast leesfood.
Daarna verder in mijn boek.
Want in de trein wil ik lezen.
Geen treinrit zonder letters.
Zelfs zonder boek of krant lees ik.
De letters in de coupé. Het aantal zitplaatsen bijvoorbeeld.
Namen van fabrieken.
Reclameborden op het tussenstation.
Al dat soort onzin.
Maar ik moet het lezen.
Dwanglezen.
De rit duurt een uur en ik moet overstappen op Rotterdam Centraal.
Mijn trein heeft vertraging opgelopen, want er zat een goederentrein voor.
Niet heel handig.
Nu heb ik wel echt een trein gemist.
Mijn overstap op CS.
De trein naar Rotterdam Alexander.
(Maar, hoe kun je eigenlijk iets missen wat je nooit hebt gehad?)
Net voordat we op Centraal aankomen wordt mijn schuin-tegenover-mij-buurman gebeld.
Een telefoon van het type koelkast en met een veel te hippe beltoon.
Tenminste, gezien zijn verdere outfit (vooroordeel, ik weet het): driedelig zwartgestreept en een blik die wil uitstralen dat hij wel heel belangrijk is, want zijn telefoon gaat.
Hij geeft aan de beller door waar hij zit en dat hij vertraging heeft.
Gek, mensen hebben vaak de neiging om dat soort mededelingen te dramatiseren: “Ja, die NS is weer eens te laat. Ja, man, schiet niet op. Ja, nee, Rotterdam, dus ik ben er met een minuut of tien.”
Er volgt nog een nietszeggend onderonsje.
Een giebeldingetje van verstandhouding ten opzichte van die NS.
De man doet zijn telefoon in zijn jas, pakt zijn aktetas en staat op.
Voor het gemak laat hij zijn lege, ingedrukte blikje Red Bull en aangebroken zakje Lays Naturel op het tafeltje liggen.
Terwijl hij wegloopt kruisen onze blikken elkaar.
Ik kan het niet laten en zeg:”Je kunt het ook even opruimen.”
Hij zegt:”Huh?”
En ik herhaal mijn zin.
De man aarzelt een halve seconde, draait zich terug naar zijn plek en ruimt de zooi op.
Dan keert hij zich weer om, keurt mij geen blik meer waardig en loopt naar het balkon.
Even later loop ik trillend van triomf en met een zoemend hoofd naar mijn perron.
Mijn trein staat al klaar.
Ik, De Wereldverbeteraar, stap in en ik pak mijn boek weer.
De tijd laat zich als vanzelf doden.

Laatste reacties