Dukkha

Goed, ik ben er weer iets rustiger onder.
Mijn post van donderdag was geschreven met een paniekgevoel, een gevoel van machteloosheid en onrechtvaardigheid in het algemeen.
Eigenlijk klopt dat niet, want paniek, machteloosheid en rechtvaardigheid zijn geen gevoelens.
Dat is allemaal ratio.
Verstand.
En dat verstand zorgt voor onrust.
Het enige gevoel dat er was, was angst.

Sowieso leef ik sinds een paar jaar in de overtuiging dat alles is terug te leiden naar vier gevoelens, de vier B’s.
Blij, Bedroefd, Boos, Bang.
Ik heb dat niet zelf bedacht.
Het is afkomstig van de Transactionele Analyse.
Ik neem nooit zomaar iets voor waar aan.
Ik stel altijd de vraag of het allemaal wel klopt, maar de T.A. laat mij weinig te vragen over.
Evenals het boeddhisme.
En misschien lijken die twee een onmogelijke combinatie.

Sinds donderdag kan ik het nu weer wat beter overzien.
Spannend vind ik het allemaal wel.
Dit soort weekenden lopen vaak voor mij verkeerd af.
Misschien dat het die angst is die heeft gezorgd voor de stress.
Dit soort dingen zijn het voorbeeld van een sprint.
Ik bouw de spanning van te voren op.
Op het moment dat alles gaat gebeuren, dan geef ik alles wat er in zit.
En of dat nu het verzorgen/vermaken van het bezoek is, of een optreden, maakt geen ruk uit.
Punt is dat ik na gedane zaken de weg weer kwijt ben.
En dat is waar ik me zorgen over maak.
Het pad van herkenning licht op.

Ik weet het nu toch, dus waarom grijp ik niet in?
Zo simpel is het wel, maar gaat het nog niet.
Helaas.
Maar ik kan er misschien voor zorgen dat het allemaal minder heftig is, dan normaal.
Omdat ik deze riedel ken.
“Dag Riedel, ben je er weer? Zo, joh, dus je komt de boel hier weer flink opnaaien!”
Misschien dat het afschrikt als ik zijn vermomming van Veilige Stress herken.
Never know…

Dit is allemaal prietpraat om de pijn in mijn buik te verzachten.
Leven is lijden, zoals Boeddha al duidelijk maakte.
Lijden wordt veroorzaakt door verlangen.
Niet verlangen is niet lijden.

Ik verlang naar het einde van dit weekend.
Dat het allemaal achter de rug is.
Rust.

Maar zo lang is dat verlangen heb, zal ik niet in staat zijn om het weekend te beleven.
Ik kijk steeds reikhalzend vooruit en vergeet het moment.
Dus zal ik niet kunnen genieten van het weerzien met Ian en Cathy.
Dan beleef ik het contact met Calvin Party niet echt.
Als een zomerbries zal het langs me heen gaan.
Een korte verkoeling, maar te kort en te vluchtig om het vast te houden.
Het optreden van vanavond en morgen, de sessie in de LON-studio met CP, het interview, het ontbijt, een nachtelijk gesprek, het zien van Mignonne en Terri als ze morgen vanuit Ouddorp ook naar Get Rhythm komen, de mensen die de moeite nemen om (een van) deze optredens te bezoeken: alles zal langs me heen gaan als ik steeds blijf verlangen naar maandagochtend.
Of, om het maar gelijk en onomwonden te stellen: verlangen naar de dood.
De ultieme rust.

Blijft de vraag waarom ik zo verlang naar rust.
Is het mijn hoofd dat altijd vol zit met gedachten, beelden, nachtmerries op klaarlichte dag?
De altijd aanwezige kans op weer een depressie?
Dat ik soms alles wat er zich tussen mensen afspeelt voel?
Het steeds weer moeten lezen van lichaamstaal (dat veel meer zegt dan woorden)?
Het mij pijnlijk bewust zijn van mijn eigen aanwezigheid en die van anderen?
Mijn afkeer van het gedrag dat veel mensen, waaronder ikzelf, vertonen?
Het zal allemaal wel daar mee te maken hebben.
Ongetwijfeld zorgt dat allemaal voor vluchtgedrag, de aandrang om mijn ogen definitief te sluiten.
Maar ik kies er uiteindelijk voor om toch door te gaan.
Waarom?
Omdat mijn overlevingsdrang te groot is.
Ik wil iets nalaten.
Sporen maken.
Hoe onbenullig dat ook mag klinken.

De trekker was bijna overgehaald, maar het koude metaal van de loop in mijn mond maakte mij met een schok wakker.
Dit kon ik niet echt willen.
Terri moet een papa hebben.
Mignonne moet haar gastje hebben.

Die uiteindelijke druppel was in 2005.
Ik zocht hulp en heb die gevonden.
Bij anderen en door het zelf te doen.
En langzaam, heel langzaam, kom ik tot mezelf.
Wie ben ik, wat wil ik.
Maar vooral: wat wil ik niet.

Ik ben niet de perfecte man, vader, vriend, zoon, schoonzoon, broer, collega, kennis, muzikant, schrijver, denker, verzorger, sporter: mens.
En ook dat lijkt een simpele constatering, maar ook dat valt vies tegen om van doordrongen te raken.
Ik maak ook fouten.
Maar ik leef in de overtuiging dat iedereen fouten kan en mag maken, maar ik niet.
Ik stel belachelijk hoge eisen aan mezelf.
Ik moet alles goed doen.
Ik moet de beste zijn.
Ik moet presteren.
Ik moet aardig zijn.
Ik moet in- en meelevend zijn.

Maar ik wil dat allemaal niet meer.
Ik wil niet meer alleen maar die enorme berg oprennen in een tijd van nul komma nul seconden.
Ik val steeds en rol net zo hard weer naar beneden.
Ik weet het allemaal.
Nu nog doen.
Maar voor het doen komt voelen.
Weten is veilig.
Voelen is onveilig, want dat doet zeer.
En nu doet alles zeer.
Mijn geest en mijn lichaam.

Ik beleef het leven als het zwaard van Damocles.
Mijn leven is de steen en ik ben Sisyphus.

Uiteindelijk is het de kunst om mezelf los te laten, want dat ‘zelf’ houdt mij gevangen in de illusie van het leven.
Alle keuzes die ik maak komen voort uit verlangen.
Met alle gevolgen van dien.
En dat geldt niet alleen voor mij.
Is mijn overtuiging.

Niets verlangen is rust.
Dukkha versus Nirwana.

~ door egoecho op 24 mei, 2008.