De kater komt later: je krijgt alvast de groeten
Van euforie tot mineur.
Maar ook weer niet echt.
De uitschakeling van San Marco en zijn Volgelingen was uiteindelijk meer dan terecht.
De realiteit:
Leuk gebald in de eerste partij tegen Italië.
De tweede pot tegen Frankrijk was natuurlijk mooi, maar alles zat ook mee.
Dat had ook makkelijk 4-4 of erger kunnen zijn.
Tegen de Roemenen was het terecht dat de ploeg met de aanvallende intenties, het team dat wel wilde voetballen en het beste van het spel (of minst slechte?) had, won.
En tegen Opper-Guus was het ronduit dramatisch.
Nederland zoals ik dat kende van de kwalificatieduels.
Albanië uit.
Dat soort kost.
Het liep niet, niets zat mee.
Geen beukers, sjouwers en kleuners.
Lange Jan had naar mijn idee al in de tweede helft in moeten vallen.
Kuijt had moeten blijven staan.
Maar ik ben slechts een van de miljoenen bondscoaches.
En zelfs met die op- cq. instelling had Nederland verloren, hoor.
Want de Russen zijn gewoon erg goed.
Ze verloren wel van Spanje, maar ook die wedstrijd had makkelijk in 4-4, of erger voor Spanje, kunnen eindigen.
De Russen spelen vrijuit.
De ideale rol van underdog.
Geen verwachtingen, alles is mooi meegenomen.
Dat doet Guusje goed.
Ook nu weet hij als geen ander de media, de bobo’s en zelfs de vierde official te bespelen.
Binnenkort is het niet Guus For President, maar Guus For Tsaar.
En het is hem wat mij betreft gegund.
Net als in 2002 ga ik nu weer voor Guus en zijn mannen juichen.
Hup Rusland!
Tot zover deze mosterd na de maaltijd.
Het is tenslotte alweer maandag en De Uitschakeling lijkt alweer zo ver weg.
Maar er is nog een Guus is mijn leven.
Guus de hond.
Geloof me, hij had zijn naam al voordat die andere Guus Europa bestormde.
Mijn Guus stamt wel af van de gevallen Europees Kampioen, want hij is een Griek.
Maar Charisteas bekt niet lekker over een afstand van vijftig meter of meer.
Guus, de hond, mag namelijk graag een potje rennen.
Dat ziet er niet uit.
Zijn poten zwaaien alle kanten op en hij springt als een jong hert over en door het hoge gras.
Hij is dan ook nog jong en wil wat.
Als het een meisje was geweest hadden we hem vast Veronica genoemd.
Guus heeft meer gekkigheden.
Op zich ook niet zo heel gek, want meer honden schijnen er dol op te zijn: poep.
En niet zomaar poep.
Nee.
Het liefst kattenpoep.
Niet te vers.
Al een beetje ingedroogd.
En zelfs dan is meneer nog kieskeurig.
Zijn neus speurt net zo lang tot hij een verouderde kattendrol heeft gevonden met een smakelijk zandkorstje.
Dus een drolletje dat voorzien is van een dun laagje zand.
Dat is voor Guus een ware traktatie.
Heerlijk!
Hij is dan ook flink over de zeik en vooral verward als hij voor de zoveelste keer met een ruk wordt weggetrokken van De Dis.
Dagelijks wordt hem een Smulpartij of wat ontnomen door de zogenaamde, en volgens de hondenliteratuur al verouderde, Martin Gaus-ruk.
Helaas is Guus erg volhardend.
Een enkele keer smakt hij met grote smaak en een lichte blik van triomf een lekkernij naar binnen.
Inmiddels bekend klinkende termen als Vieslel, Goorlap, Smeerlap en Viezerik lapt hij doodleuk aan zijn poot.
Laarzen heeft hij niet, vandaar.
Sinds kort ben ik er ook achter dat Guus nog meer delicatessen op zijn lijstje heeft staan: eendenpoep en vogelpoep.
Niet te versmaden.
Voeg daar een onbedwingbare behoefte om zoveel mogelijk mollen en egels op te sporen plus de dwangmatige springshow bij het zien van vogels en katten aan toe en je begrijpt dat het Loopje Met De Hond een ware sleurpartij is.
Verder heb je niets aan dit verhaaltje, trouwens.
Maar ik moest er aan denken toen ik de shit van Het Nederlandsch Elftal zat te overdenken.
Als vanzelf doemde daar Guus H. op en de link naar Guus te R. was snel gemaakt.
Want ook Guus Hiddink moet wel eens naar het toilet.
Ook hij veegt zijn billen af na gedane dump.
Een poepje van eigen deeg.
Zo werd Oranje te kijk gezet.
Net zoals hond Guus mij te kakken kan zetten als hij vrolijk zijn bek aflikt na het consumeren van eerdergenoemde lekkernijen.
Een schrale troost: niets is zo schoon als een hondentong.
En zeg nou eerlijk: wij eten dagelijks dode dieren alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Wat dus al sowieso niet kan, want dat is de HEMA.
Na het eten van die beesten, het afkluiven van kadavers steken wij massaal diezelfde tong bij een ander in zijn slash haar mond.
Of we lebberen daarmee aan elkanders geslachtsdeel.
Of, wat ook veelvuldig voorkomt: we likken vurig passioneel aan het poepertje van de ander.
Orale sex.
Best lekker.
En zo is de cirkel, de bal zo u wilt, weer rond.
Wij zijn niets beter dan de andere beesten.
Oh, nog een laatste puntje: gisterenavond werd ik overvallen door een onbeschaamd gevoel van leedvermaak toen Italië werd uitgeschakeld.
Doet u mij nog maar een wodka.
En geef Guus er ook een.

Reageer