Leesvoer

Silly is weg.
Sinds gisteren.
Waarschijnlijk heeft ze haar eeuwige jachtveld opgezocht en met een welgemeend “fijne dagen” haar laatste adem uitgeblazen.

Dat doen katten.
Als ze voelen dat ze doodgaan, dan zoeken ze een plek op waar ze dat in alle rust kunnen doen.
En gelijk hebben ze.
Geen dierenarts met een spuit.
Katten doen alles zelf, dus ook doodgaan.

En hoe gek het ook is, want ze ligt hier waarschijnlijk ergens achter in de bosjes, het is een mooi afscheid.
Het zou ook niet bij haar hebben gepast om een spuitje te krijgen.
Silly was altijd de baas en bepaalde zelf wel hoe en wat.
Zusje Dopey niet.
Die wilde graag de baas zijn, maar had daar eenvoudigweg het broodnodige katten-iq niet voor.
Of: Natuurlijk Leiderschap (NL)… Whatever.
Dopey kreeg wel een spuitje, in december, weet je nog?

En zo komt er een einde aan het tijdperk Silly en Dopey.
De Dames Reiziger, zoals ik ze wel noemde.
Allebei een respectabele leeftijd. De ene vijftien en een half, de ander zestien en een beetje.

Het zijn maar dieren, ik weet het, maar ik dicht ze graag menselijke eigenschappen toe.
Mensen geloven graag in fabeltjes.
En ik ben ook maar een mens.

Zo was het altijd bijzonder hoe Dopey altijd weer opnieuw dacht dat zij wel de baas kon zijn op hun geboortegrond in Ouddorp.
Silly liet het maar zo.
Haar debiele zusje moest soms het idee hebben dat ze wel degelijk wat had te vertellen.
En als het Silly te gortig werd, dan waren een paar welgeplaatste, korte, venijnige tikken voldoende om zuslief tot de orde te roepen.
Silly was de baas.
Dat was wel duidelijk.

Uiltje, of Jakkepoes (uit: Minoes).
Ook dat was Silly.
Ze had bijna altijd grote pupillen.
Dan zou je denken dat ze aan de hasj, coke en pillen zat, maar ze was hartstikke clean.
Uilenogen.
Dat waren het.
Een goed instrument om mee te regeren.
Alles drukte ze er mee uit.
Verbazing, verontwaardiging, verschrikking, maar vooral vervloeking.
Haar ogen spraken voor zich.

Het meest recent is natuurlijk de dag dat Guus in huis kwam.
Zus Dopey was maar net de pijp uit, of er stond ineens een wel heel beweeglijk en nieuwsgierig zwarte druktemaker naar haar te blaffen.
Zomaar!
Als blikken konden doden, dan hadden haar mensen het niet meer kunnen navertellen.
Niet dat het blaffen trouwens veel uitmaakte, want de Dame Op Leeftijd was inmiddels zo goed als doof.
Hooguit de geluidstrillingen werden opgevangen.
Tierend en vloekend op haar mensen draaide ze zich beledigd om en liep met waardige tred van haar bankleuning naar haar kattenluik.
Naar buiten.

Silly was de baas en Guus wist het al na een paar minuten.
Maar ondanks een aantal flinke halen op zijn neus bleef hij, opportunist in hart en nieren, proberen om Silly duidelijk te maken dat hij toch echt het beste met haar voor had.
Guus wilde spelen.
Maar Silly wilde rust.
Een rustige oude dag.
En terecht natuurlijk.

Het is nooit helemaal goedgekomen in het ruime half jaar dat ze samen zijn geweest.
Silly takelde zienderogen af en Guus bleef op veilige afstand, een enkele overmoedige poging uitgezonderd.

Maar nu is ze dus dood.
Denk ik.
Hoop ik.
Want het zou wel heel triest zijn als ze ergens ligt te creperen.
Maar dat zal wel niet.
Silly is namelijk de baas.
Ook over haar leven.
Want zo zijn katten.
Onafhankelijk en vrij.

Guus ligt in zijn bench en knaagt ondertussen aan een kluif.
Wat een feest.
Als ik mijn stoel verschuif dan springt hij op.
Gaan we uit?
Nee?
Weer niet…
Zo zijn honden.
Afhankelijk en gebonden.

Mijn Chinese sterrenbeeld is Hond (Oh, Olympische Gedachte!).
Maar ik zou dolgraag een kat willen zijn.
En laat ik nou een Leeuw in het Westen zijn!
Dat verklaart gelijk mijn dualisme.
Hatsjikidee!
Ook weer opgelost.

Maar goed.
Terug naar Guus.
Arme Guus.
Want ook hij is de klos.
Hij kan niet bij ons blijven als we straks weer ieder ons eigen huis hebben.
We zoeken dus met spoed een goed huis voor hem.
Want hij verdient beter.
Als je iemand weet, of zelf interesse hebt, kijk dan even hier.

Ondertussen wil de ironie dat Het Nederlands Olympisch Voetbalelftal nu eindelijk eens goed speelde en toch verloor.
Drie wedstrijden speelden ze ruk en wonnen ze.
Ach, de Olympische Gedachte is Meedoen Is Belangrijker Dan Winnen…
Ze hebben lekker meegedaan.
Net als al die anderen die vielen, zich blesseerden, domweg teveel wilden, of simpelweg te kort kwamen.
Ze hebben lekker meegedaan.

Het credo van Balkenbrij: Meedoen!
Ik zie JP liever niet in een sportpakje.

En zo gaat het leven door.
Ik slik nog een keer, maar mijn eten zakt niet.
Mijn borst voelt van binnen als een grote brok.
Zo’n brok die normaal gesproken in je keel zit als je verdrietig bent.
Is mijn verdriet zo groot?
Het doet in ieder geval pijn.
Dat is wat er gebeurt als ik niet mag huilen.

Ik mag niet huilen.
En ik weet niet waarom.
Ja, ik weet het wel.
Ik heb mezelf wijsgemaakt dat het een teken van zwakte is.
Terwijl ik graag wil geloven dat kwetsbaarheid tonen het ultieme teken van kracht is.
Trots.
Ik heb er geen fuck aan en toch zit het me in de weg.
Een brok trots.
Een trotsblok.

Ik mag niet huilen.
Want huilen is zwak.
Iedereen mag huilen, maar ik niet.
Want als ik huil, dan doet het zeer.
Dat weet ik uit ervaring.
Ik doe mezelf pijn om het tegen te houden.
Ik trek mijn haren uit mijn hoofd.
Ik zet mijn vingers in mijn huid.
Ik knijp in mijn handen en armen.
Ik verberg mijn gezicht.
Niemand mag mij zo zien.
Het is schaamte.
Het is gêne tot ze zoveelste macht.
Ik mag niet huilen.

Soms schiet ik vol.
Soms komt er een traan.
Soms.
Maar dan moet het weer weg.
Verder mag het niet.

En als het dan toch ooit eindelijk eens gebeurt: troost me niet.
Dan stopt het weer.
Dan leid je de aandacht af.
En dat zegt alles over de trooster.
Die kan er blijkbaar ook niet mee omgaan als iemand huilt.
Troost niet.
Troosten is wegmaken.
Jezelf herpakken.
Vermannen.
Niet zo raar dat het vermannen heet en geen vervrouwen.
Vrouwen mogen huilen.
Mannen niet.
Ik mag niet huilen.

Maar niet omdat ik een man ben.
Pleurt op!
Alleen maar omdat ik zo fucking, idioot, destructief, automutilatief, nietszeggend trots ben.

Trots is niets.
Net als schuldgevoel.
Het is een lege huls.
Ik weet het.

En voordat het hier helemaal een tranendal wordt:
Zie ik net WA met een kek turnpakje aan achter Maxima aanrennen, slechts gehuld in een iets te kort Argentinië-shirt dat ternauwernood haar borsten bedekt.
Op iets meer dan honderd meter horden afstand hijgt en puft JP.
Zijn bril glijdt steeds van zijn neus en zijn kapsel dreigt iets uit vorm te raken.
Hij rent alsof zijn leven er van afhangt.
En als je heel goed luistert, dan hoor je hem zwaar ademend iets zeggen.
Stil!
Luister dan!
“Mag ik alsjeblieft ook Meedoen?”

Proost!
Op Silly.

~ door egoecho op 16 augustus, 2008.

Eén reactie to “Leesvoer”

  1. op Leesvoer

    Leesvoer….dat kun je wel zeggen,ja…
    Gecondoleerd met het verlies van Cilly,dapper sterk dier! Dat ze rust in vrede! en ergens in die kattensfeer lekker nog steeds de baas mag spelen. Maar die brok….HUIL dan!!!!Je mag niet huilen van je zelf? Zeg dan nu maar “Ik MOET huilen”die brok moet weg. Niemand zal je troosten,als je dat niet wil. Maar HUIL!!!Sterkte!!

Reageer