Leegloop
Als je nog een leuke vakantiebestemming zoekt, dan raad ik je Franeker aan.
Mooie omgeving, oude kern, vriendelijke mensen.
Ik weet het, het blijven Friezen, maar het kan dooien.
Te flauw, maar toch…
Maar de belangrijkste reden is dat je Guus daar tegen kunt komen.
Een vrolijke, zwarte, ranke hond.
Hij wil vast wel met je spelen.
En rennen.
Of gewoon rollen door het gras en stoeien.
Kroelen staat ook hoog op zijn to-do lijstje.
Sinds afgelopen zaterdag is onze hond Guus niet meer onze hond.
Hij heeft een nieuw, mooi en liefdevol huis inclusief gezin gevonden.
En hij verdient het.
Schitterende jongen.
Het is gek om nu thuis te komen of wakker te worden en naar beneden te gaan.
Er staat geen bench meer in de kamer.
Geen Guus die vol verwachting met zijn staart kwispelt.
Ik kan nu de hele dag weg als ik wil.
Ik hoef niet meer met hem naar buiten.
Door weer en wind.
Geen feestjes of bezoeken meer waar ik mezelf ongeveer twintig keer hoor zeggen: “Nee, ik moet nu echt gaan. Guus moet nog naar buiten. Die staat op springen. Ja, nee, sorry… Guus hè…”.
Het gevoel is heel dubbel.
Ik had een haat-liefde verhouding met Guus.
Hij kon daar niets aan doen.
Dat had alles met mij te maken.
Weer een levend wezen waar ik me verantwoordelijk voor voelde.
En ik heb al moeite genoeg met mezelf.
De beslissing om aan een hond te beginnen werd dan ook steeds uitgesteld.
Eigenlijk wilde ik niet, maar toen ik ‘m zag, toen wilde ik niets liever.
Ik heb het geweten.
Mijn hele broze wereld, mijn structuur, mijn wankele basis: totaal in de war.
Guus maakte heel wat bij mij los.
Langzaam, heel langzaam, wist ik aan hem en het idee te wennen.
Maar het bleef flinterdun.
Onze hechting.
En dan was het ook nog eens zo dat ik zijn mattie was.
Zijn homie, zijn baasje, zijn alles.
En dat was precies waar ik het benauwd van kreeg.
Hij was afhankelijk van mij.
Zo zijn honden.
Rangorde.
Roedel.
En ik was de roedelleider.
Maar voor mijn gevoel was ik de lijder.
Tenminste, meestal.
Ik heb ook volop genoten van Guus.
Ik heb gelachen om hem.
Als hij weer eens als een gek door het hoge gras langs de dijk bij de snelweg raasde.
Tegen een boom botste of simpelweg uit de bocht vloog.
Want hij is zo onwijs snel.
Geen hond uit de buurt hield hem bij.
Maar ook als we speelden met een tak, een balletje of zijn knuffel.
Fanatiek ging hij door tot hij er soms letterlijk bij neerviel.
Zijn zwabberende loopje.
Trots en fier.
Kop omhoog, oren in vraag- en verbaasstand.
Alles nog even mooi en verrassend.
Een kikker, een vlinder, een voorbijrollend blad, een tak in de verte, een vuilniszak langs de kant van de weg, egels, mollen, vogels, katten…
Ach, je had er bij moeten zijn.
En ik weet het, het is maar een hond.
Maar volgens de Chinezen ben ik er ook een.
Twee honden dus.
En eentje is al weg.
De tweede gaat nog…
Het is meer dan alleen afscheid nemen van Guus.
Door de dood van Silly en het vertrek van Guus, loopt het huis in een paar dagen tijd ineens snel leeg.
Ik ben de volgende die gaat.
En hoe zal Terri het allemaal verwerken?
Ze heeft haar handen vol aan school.
Sinds vorige week is ze schoolgaand kind.
En dat is eigenlijk al heftig genoeg.
Denk ik.
Ze flapt er af en toe ineens uit dat iedereen doodgaat.
Ook zij.
En ik.
Probeer dan maar het volwassen denken op een laag pitje te zetten.
Want zij constateert alleen maar.
Silly is dood.
Die ligt lekker onder de grond.
Ze heeft geen kleren aan.
Mensen wel als ze dood zijn en in een kist liggen.
Ze zegt het alsof ze naar de dierentuin gaat.
Ik probeer er dan ook zo gewoon en nuchter mogelijk op te reageren en er mee om te gaan.
Ondertussen denk ik alleen maar aan hoe het zal zijn als ik ook nog eens vertrek.
Hoe pakt zij het op.
Ik kan alleen maar opletten en signaleren.
En inspelen op haar opmerkingen.
De feiten van het leven.
De dood.
Het einde van dingen.
Niets is blijvend.
Leven is dynamiek.
En ik ben blij als ze lucht geeft aan wat haar bezighoudt.
Dan kropt ze het tenminste niet op.
Het zijn heftige tijden.
Weer.
Voor mij, voor Terri en hoe zal Mik het allemaal weer verwerken.
Ik voel me toch nog steeds degene die kapotmaakt.
De sloper.
De saboteur.
Nooit eens opbouwen, altijd afbreken.
Toch ben ik wel degelijk aan het bouwen.
Aan mezelf.
Heel langzaam durf ik te laten zien wie ik echt ben en wat ik wil.
Vaak voelt het als twee stappen achteruit en dan eentje vooruit.
Maar als ik heel eerlijk ben is dat het gevoel dat ik zo goed ken.
De pessimist.
De Somberman (Remco Campert).
Ik beschouw het steeds meer als een vriend.
Want ook dat ben ik; de depressies, de somberheid, het pessimisme.
Maar er is ook een opportunistisch deel in mij.
Er is energie.
Genoeg energie.
Alleen gaat die te vaak op aan de verkeerde dingen.
Gedrag dat ik denk dat van mij wordt verwacht.
Tegen mijn gevoel in beslissingen nemen, reageren, gedragen.
En dat sloopt.
Dat maakt pas echt kapot.
Opgekropte woede.
En bijna werd dat fataal.
Maar ik ben er nog steeds.
Ik blijf steeds weer vechten.
Niet de makkelijkste weg.
Leven is geen makkie voor me.
Ik voel alles.
Denk aan die gast in The Green Mile.
Zo voelt het vaak.
En het kan me te veel worden.
Dan wil ik rust.
Dan trek ik me terug.
Om na een poosje weer uit mijn schulp te kruipen en het opnieuw te doen.
Geleerd van vergissingen.
Ik blijf leren.
Dagelijks.
Het zou alleen wel eens fijn zijn als het leven niet alleen maar vechten was.
Maar, oké, ik had het over Guus.
Toch ook wel weer logisch dat het dan hier op uitkomt.
Want Guus was achteraf gezien ook therapie voor mij.
En ik kon redelijk met zijn aanwezigheid overweg, uiteindelijk.
Wie weet kan ik op een dag ook met mezelf overweg.
Halleluja.
Prijst de Johan.
U zijt de Leeuw en de Hond in de gloria.
De Wolf in Schaapskleren.
Guus was hier maar een half jaar, maar tijd is relatief.
Ik ben blij dat hij nu een plek heeft die hem toekomt.
Hij heeft er alle recht op.
Guus is weg.
Geen dierenpornofilms meer.
Samen op de bank.
Tong uit onze bek.
Teefjes kijken.
Onze blik van verstandhouding.
Dag Guus.

op Leegloop
Verlies slijt niet…
het wordt alleen anders.
De pijn en gemis worden eerst groter,
en naarmate de tijd er overheen gaat
komt er een opening,
en daarin zit soms ……een glimlach.
Ik wens jullie toe dat het zo voor alledrie eens zal zijn!!!! En als het kan wel een beetje gauw
dv zei dit op 9 september, 2008 bij 12:23 pm |
Ja jemig fuck enzo
Guus naar een Frys huus, Silly dood, niet gek dat Terrie het allemaal ff zwart ziet.
J-zelf ook, damn wat een aardkloot, deeltjes versnellers die zwarte gaten maken, tegen je zin dingen doen, John Khoffie, just like the drink, nog een paar dagen en zie je het van de linkse kant, takkie B erbij, milk and sugar… Suk7 alvast en dat je de batterij daar beetje kan bijladen!!
Tsja... zei dit op 10 september, 2008 bij 18:20 pm |