Vakantiegevoel

De zon schijnt door het raam aan mijn linkerkant hardnekkig in mijn gezicht.
Ik moet knijpen met mijn linkeroog en het begint te tranen.
Nog maar net wakker en nu al zo hard werken.
Weet je, het is een luxe-probleem.

Ik zit hier bij Ian thuis.
Hij vertrok vanochtend om half zeven naar zijn werk.
Ik kon me nog eens omdraaien.
Om half elf (Engelse tijd) vond ik het wel genoeg en ging ook maar eens uit bed.
Wat een weelde.

Snel de douche in, want of het nu half zeven of half elf is, ik moet douchen om het idee te hebben dat ik wakker ben.
En dan nog duurt het een poosje voor er wat zinnigs uitkomt.
Nu heeft niemand daar last van.
Ik ben hier alleen.
Alleen met het uitzicht over de heuvels.
Schapen grazen op amper vijftig meter afstand.
Met alleen zo’n typisch stenen hek om ze duidelijk te maken dat er wel degelijk grazige grenzen zijn.
Af en toe rijdt er een auto de heuvel op of af.
En zoals gezegd: de zon schijnt.
A lovely day in the hills.

Vanmiddag neem ik de trein naar Manchester.
Daar zie ik Ian, Cathy, Tamsin en John.
En vast nog wel wat bekende lads.
We gaan ergens een pizza eten, want iedereen heeft twee voor de prijs van een-coupons. Geweldig.
Daarna door naar The Kings Arms om Bobbie Peru te zien spelen.
Een benefietconcert, maar ik heb nog geen idee voor wat.
We slapen bij Cathy in Manchester.

Morgenochtend weer terug naar Slaithwaite.
Ian moet eerst naar de kapper, daarna doe we boodschappen, we halen het gerepareerde mengpaneel op en ’s middags gaan we naar een voetbalwedstrijd (waarschijnlijk Bradford tegen Leyton Orient: FA Cup).
’s Avonds naar het optreden van The Fall, hier ergens in de buurt.
We slapen daarna weer hier in Slaithwaite.
Denk ik, want niets zo veranderlijk als de plannen van een Engelsman…

Zondag zal er waarschijnlijk veel muziek maken op het programma staan.
Een middagwedstrijd op televisie, fish and chips.
Just hang out and have some fun.

Maandag neem ik in de loop van de ochtend de trein van Slaithwaite naar Manchester, dan een stuk lopen naar de bus van Manchester naar Liverpool Airport.
En dan weer het eindeloze wachten om te mogen vliegen.

Iedere keer dat ik in een vliegtuig stap, vraag ik mezelf af waarom ik dat doe.
Iedereen is op een of andere manier nerveus.
Het gerommel en geprop van handbagage in de  daarvoor bedoelde compartimenten.
Opgepropt in zo’n airbus, langzaam wordt het benauwd, totdat het vliegtuig de startbaan mag opzoeken.
Het opstijgen blijft een geweldige ervaring.
In zo’n korte tijd al zo hoog in de lucht.
En als de vlucht verder rustig verloopt, dan is het ook allemaal weer de normaalste zaak van de wereld.
In een poep en een scheet gaan de lampjes weer aan en wordt de landing ingezet.
En eerlijk gezegd: veel langer hoeft het van mij ook niet te duren.
Een uurtje vliegen is meer dan genoeg.
Een uur lang tussen twee vreemde mensen in. Persoonlijke ruimte, die er niet is, bewaken…
Ik zeg: landen en wegwezen.

Ian haalde me gisteren op van het vliegtuig en toen besefte ik pas dat het voor hem wel heel laat was.
Het is nog een goed uur rijden naar zijn huis.
Pas om half een gingen we naar bed.
Dat is een korte nacht voor hem geweest.
Natuurlijk heb ik me duizendmaal verontschuldigd, wat ook helemaal niet nodig is. Hij kan wel wat hebben.
Tuurlijk… Maar toch…

Inmiddels ben ik er trouwens van overtuigd dat de enorme wachttijden alleen maar bedoeld zijn om omzet te kunnen maken in de talloze taxfree shops.
Datzelfde geldt voor vertragingen bij de NS, die er gisteren natuurlijk ook weer volop waren.
De verveeltijd wordt gedood met een beker ranzige cappuccino. En ik ben niet de enige.
Goede truc.
Allemaal doorgestoken kaart.
De samenzweringstheorie.

Net als dat ik weiger te geloven in een financiële crisis.
Onmogelijk.
Bestaat niet.
Dat is door mensen bedacht.
Paniekzaaierij van de bovenste plank.
En vast met een hoger doel.
Het zijn getallen in systemen.
Waar is het echte geld?
Weet jij het?
Banken, verzekeringsmaatschappijen: het zijn topcriminelen.
Ze stoeien met ons geld, of dan in ieder geval met onze getallen, ze beleggen en investeren.
En dat geld is niet van hen, maar van jou en mij.

Hoewel van mij…
Ik heb momenteel niets.
En dat dank ik aan de bijzondere procesmatigheid van het UWV, jawel, daar zijn ze weer.
UWV: U Wilde Vangen?
Niet dus.

Het gaat te ver om hier het hele verhaal te doen.
Waar het op neerkomt is dat men daar een dikke vier weken nodig heeft om mijn dossier in te voeren.
Vervolgens moet er iemand op een printknopje drukken.
Echt waar.
Maar het is niet duidelijk wie dat moet doen.
Valt ook niet mee, printen.

Na veel bellen en vooral geduldig blijven en tig keer mijn verhaal uitleggen, is er zowaar iemand gevonden die, ondanks alle hectiek op de afdeling, wel even de tijd had om de printer aan te zetten en dan vervolgens ook nog de printopdracht te geven.
En daar blijft het niet bij.
Onderschat het fenomeen printen niet.
Zit er wel voldoende papier in de betreffende lade?
Toevallig geen melding Toner Low op het display?
Of Paper Jam?
Staat de printer eigenlijk wel aan?
Is er geen enorme wachtrij van opdrachten door andere hardwerkende collega’s?
De printjes van cd- en dvdhoesjes voor thuis. Geinige cartoons voor aan het beeldscherm. De vakantie- trouw- en babyfoto’s?
En dan staat de printer meestal in de buurt van een centrale koffiehoek.
Probeer dan de verleiding maar te weerstaan om niet eerst koffie te halen en te babbelen met die gezellige collega.
Het is een kwestie van concentratie, oprechte focus. Toewijding.
Printen.
Een vak apart.
“Ha Peter! Wat doe jij tegenwoordig? Wat zeg je? Printer? Bij het UWV? Wow, man, dat is geen kattenpis! De stress, de verantwoordelijkheid, deadlines en weet ik het allemaal! Respect man, vet respect!”

Nadat mijn dossier is geprint, mag het zichtbaar worden in het systeem zodat ook Truus en Bep die je aan de telefoon krijgt het mogen inzien.
Pas dan kan ik te horen krijgen of, en zo ja, hoeveel ik kan verwachten. En nog belangrijker: wanneer.

Maar wat bleek na het printen?
Mijn dossier mocht niet meer aangeraakt worden door de eindverantwoordelijke!
Hij belde mij in eigen persoon op met de plechtige mededeling dat hij niets meer mocht doen met mijn gegevens.
Tenminste, ik was toch pensioenverzekerd bij het ABP?
Ja, precies.
In dat geval was ik tijdens de ZW-periode ambtenaar, en hoe graag hij ook zou willen, dat is een andere afdeling.
In Groningen!
Hij zou het direct met de interne post naar Er Gaat Niets Boven Groningen sturen.
En daar zullen ze het verder in behandeling nemen.

Gek misschien, maar ik heb niet zo veel vertrouwen in een vlotte afwikkeling.
En ook dit valt onder de kop Samenzweringstheorie.
Ik zorg namelijk met mijn ziekte- dan wel werkeloosheidsstatus voor werk.
En zij zijn er bij gebaat om mij vooral aan het werk te helpen, maar dan wel pas na de maximale periode. Dat noem je werkgarantie.
Voor hen.

Zo mocht ik niet zelf actie ondernemen tijdens mijn ZW-tijd.
En datzelfde geldt nu ook.
Uiteindelijk moet het CWI met mij contact opnemen om samen op zoek te gaan naar passend werk.
Maar niet voordat daar weer een vastgestelde periode aan voorbij is gegaan.
Een week of wat.
Niemand weet het precies.

Op zich niet boeiend.
Ik zit nu in Engeland.
Weg van al het gedoe.
Mijn hoofd leegmaken.
Zonder geld, maar met heuvels, schapen, hekjes, treinen, bussen, vliegtuigen, steden, muziek, voetbal, pubs, maar vooral: echte mensen.

Vrienden.

~ door egoecho op 28 november, 2008.

2 Reacties to “Vakantiegevoel”

  1. Zo heee,tussen de heuvels zonder geld? Hoe kom je weer thuis? Liften?? Maar ik hoop dat het ondanks dat, fijne dagen zijn. En je heelhuids weer terug komt. maar maak erst maar veel muziek.Doe Ian en de anderen mij groeten.

  2. Great!!
    Erg levindig stuk, man ik krijg gelijk een vakantie gevoel. Damn zit ie in mijn favo land, haaaa geniet en je kan ook wandelen en door het kanaal zwemmend oversteken.

    cheers!!

Reageer