Omgeslagen

Ego.
Echo.
Put.

Ik val.
In mijn eigen put.
Steeds weer.

Echo.
Weerklank.
Ego.
Ik.

Wie een kuil graaft voor zichzelf.
Valt er onherroepelijk in.

Ogen zien niet.
Monden spreken niet.
Zwijgen.
Ogen dicht.

Niets is waar.
Niets is echt.

Mijn wereld.
Mijn creatie.
Mijn vlucht.

Altijd kort.
Altijd heftig.

Als in een droom.
Droom en vrees.
Man.

Aan mij heb je niets.
Ik heb alleen mezelf.
Handen vol werk.
Dat is het.
Meer niet.

Hier moet ik het mee doen.
Onvrede.
Onredelijk.
Onwetend.
Ongeloof.

On.
Off.
Day.

Gisteren was alles goed.
Vandaag is vol van moedeloosheid, paniek en woede.

Ik heb het kind vermoord.
Ik heb het laten stikken.
Het was zo bang.
Zo verdrietig.
Ik kon het niet langer aanzien.
Het moest afgelopen zijn.
De zwakkeling.

Ik ben het kind.
Ik heb mezelf gedood.
Met mijn eigen tomeloze woede.

Ik overzie het slagveld.
Maar ik zie niet.
Ik voel niet.
Ik ben niet.
Hier.

Ik voel alles tegelijk.
Ik ben.
Daar.

Vallen.
Opstaan.
Kruipen door het stof.
Mijn stoffelijkheid.

Vergane glorie.