Seminar der Belastingen

Ik ren net op tijd binnen bij een bijeenkomst van de Belastingdienst. Over belastingen en dan specifiek de inkomstenbelasting en btw. Speciaal voor (net niet) startende ondernemers. Allemaal mensen zoals ik. Die het allemaal spannend vinden. Belastingen. Gedoe. En dus gaan ze het makkelijker maken. Leuker niet. Nee, dat zou wel heel vooruitstrevend zijn. Dat kan ook niet als je ziet dat het merendeel van de belastingmedewerkers die ochtend vooral mopperkonten zijn. Ze hebben er geen zin in, maar veinzen modern te zijn en hip en gastvrij en vriendelijk. Ze vervloeken ons, de nieuwkomers op de belastingmarkt. Met onze vragen voor beginners. Ik zie het aan hun slordig geblondeerde haar, achter hun dikke brillenglazen en mantelpakken zonder mantel. Streng kijkende dames op leeftijd. En verstofte, slonzige mannen met hun net niet op maat gesneden confectie-combi.

Zoals gezegd. Ik ben laat. Eigenlijk domweg echt te laat, maar de ervaring van dit soort samenscholingen leert dat als er een starttijd staat, dat dit toch vooral bedoeld is om in ieder geval iets van een kader aan te geven. Het is een paar minuten over negen. En ik stap uit de lift op de vijfde verdieping. De verlaten koffietafel toont zich een waardig slachtoffer, beroofd en berooid van wat ooit ongetwijfeld een mooi gedekt geheel was. Ik meld me als laatste bij een van de streng kijkende dames. Gelukkig mijdt ze oogcontact, druk in gesprek als ze is met haar andere streng kijkende collega. Een gelijkgestemd duo. Ze vinkt mijn naam af nadat ze er een tweede keer om vraagt. Ze zucht, overhandigt me routineus een coole belastingfolder en een stapeltje kopietjes met wat de aankomende presentatie blijkt te zijn en zegt lamlendig en nog eens zuchtend alsof ik er niet bij sta: “Zo, dan hebben we de laatste ook binnen, we gaan beginnen hoor, we lopen alweer uit.” Ah, ja, belastingstiptheid. Natuurlijk. Mooi dat het nog bestaat. Het moedigt me precies voldoende aan om met een vleugje recalcitrantie alsnog een kopje koffie voor mezelf te halen. Het blijkt niet de moeite waard; zo te ruiken is het van die oploskoffie in een kan. Jammer. Om de teleurstelling een beetje te verzachten pak ik een gratis pen uit zo’n pot met gratis pennen. Het is niet nodig, want ik heb mijn overlevingsrugzak bij me met daarin een voorraad pennen. Maar hallo: het is gratis. En ja, ik ben een beetje sneu.

De zaal is vol. Heel vol. Gelukkig is er nog wel plaats vrij op de achterste rij. Op de hoek. Fijn. Hou ik van. Voor als ik moet spugen. Niet dat ik dat ooit doe, maar het idee staat me aan dat ik weg kan. Ik doe mijn jas uit, zet mijn tas naast me op de grond en ik zit amper of het doffe geluid van wat tegenwoordig doorgaat voor moderne, geavanceerde conferentieproof geluidsapparatuur stoort me direct mateloos. Niets aan te doen. Het is de knarsetand des tijds. De spreker komt sympathiek over en voldoet niet aan mijn verstofte beeld van een belastingdienstmedewerker. Weer iets wat ik moet bijstellen dan wel accepteren. Gelukkig heeft het belastinggilde dat ik eerder beschreef vlak achter mij plaats genomen; zo kan ik mijn wereldbeeld nog enigszins in balans houden.

Ik vind de man die het eerste deel van de ochtend zijn presentatie houdt innemend. Het gaat over de btw en hij geeft direct eerlijk toe dat hij het liever over de inkomstenbelasting had gehad, maar dat doet zijn collega straks na de pauze. Hij is aardig, praat ondanks het barre geluid goed verstaanbaar, rustig en met geduld. Ik vind het zowaar leuk worden. Hij vertelt duidelijk, legt het allemaal begrijpbaar uit. En hij wint daardoor mijn sympathie en, ook niet onbelangrijk, ik betrap mezelf op een enthousiast verdomd, die belastingen zijn helemaal niet eng, kan ik gewoon zelf doen straks!
Ik ben blij. Ik wil er een gezellige tweet uitgooien, maar bedenk me. Niet alleen omdat ik dat ten opzichte van die man niet kan maken (ook al ziet hij me niet), maar nog meer omdat zijn schattige collega’s achter mij iets te dichtbij zitten. Zo dichtbij dat ik ze druk hoor fluisteren. Het is ronduit irritant en heel goed te verstaan. Ik ga eens verzitten met zo’n half kuchje. Je weet wel. Zo’n hallo, ik heb last van jullie-kuchje. Ik zie dat twee dames in de rij voor me ook last hebben van het geloei achter ons. Want fluisteren is een vak. Een kunst. Indien niet subliem uitgevoerd kun je net zo goed door een megafoon met halflege batterijen lopen gillen. En omdat ik al te veel ben afgeleid door zijn collegiale kwebbelaars, ontgaat het mij niet dat ze die enorm lieve en leuke collega, die daar vooraan ons Het Sprookje van de Belastingdienst geloofwaardig uitlegt, volledig afzeiken. Of nou ja, op zijn minst zijn ze aan het zeuren. Ik hoor letterlijk dat ze het hem kwalijk nemen dat hij de presentatie helemaal op zijn eigen manier doet: “Hij pikt er alleen de sheets uit die hem aanstaan, zie je dat? Kijk, daar moest een andere tussen, maar die slaat ie gewoon over! En ja hoor, hij loopt alweer uit!” De verontwaardiging is niet van de lucht. Ik zit met rode oren. En ik schrijf mee. Ik kan het niet laten. Een staaltje paraciteren van heb ik jou daar.

Tijdens het vragenrondje, wat de man ook bijzonder prettig afgaat, wordt hij tot twee keer toe bruusk door eerst de ene en daarna de andere strenge dame onderbroken: of hij “omwille van de tijd de antwoorden kan inkorten want er wil straks namelijk nog een collega iets vertellen en die heeft ook graag de tijd.” Tja. Ik snap dat wel. Want een seminar van drie uur is ook saai. Zelfs als de voorganger lief, leuk en aardig is. Maar aan de andere kant: we stellen vragen die er wat ons betreft toe doen. Het ijzer smeden als het heet is. En stond er niet bij de uitnodiging dat er alle gelegenheid was om uitgebreid in te gaan op vragen? Maar de dames zijn onverbiddelijk. Straks, na afloop, zouden we nog vragen kunnen stellen. Nu is het de hoogste tijd voor een pauze van een kwartier en dan gauw weer door. De man op wie ik tijdelijk verliefd ben sluit zijn praatje af door ons te bedanken voor het luisteren en voor de vragen die we stelden en biedt openlijk bij zijn collega zijn excuses aan voor het uitlopen (een kleine tien minuten, het is wat). De collega zit achter mij, tussen De Daltons, de zeurend collega’s. En ik hoor ze verrassend opgeruimd lachen; helemaal niet erg en geen probleem. De duimen gaan zelfs lachend omhoog. Mijn broek zakt af. Tergend langzaam. Gelukkig zit ik nog. Ik ben wel aan een pauze toe.

Na de pauze volgt een grote teleurstelling. Ik mis mijn belastingliefde. De man die nu aan het woord is vindt het nodig om vooral de nadruk te leggen op wat aftrekbaar is. En natuurlijk moet daar om gelachen worden. Aftrekposten. Aftrekken. We lachen beleefd mee. Ik schaam me voor ons allemaal. En nog het meest voor die armzalige man daar vooraan. Die probeert amicaal te doen, maar valt keihard door de mand. Hij wil ons hier helemaal niet. We zijn een stel profiteurs. We profiteren straks van al die mooie mazen in het belastingstelsel. Hij haat ons. Hij lacht zijn verrookte, natte lachje, maar het is nep. Ik betrap me op staren. Mijn gedachten dwalen af. En niets haalt me uit mijn dagdroom. Geen irritant gefluister achter me. Niets. In een roes verlaat ik uiteindelijk de zaal. Met de trap vijf verdiepingen naar beneden. In het donker, want de verlichting doet het niet. Komt me goed uit. Ik huil geluidloos. Niemand die het ziet. De belastingdienst. Het was even leuk en zelfs makkelijk. Maar ik ben zijn naam kwijt, hoor alleen nog zijn stem. Ik zucht. Ik ruik mijn eigen angstzweet. Dan zucht ik nog eens, verman mezelf, loop de trap verder af, loop door de hal naar buiten. De zon schijnt, het waait. Frisse wind. Fiets van het slot en trappen maar. Met Ramses Shaffy’s ‘Pastorale’ in mijn hoofd. Ik ben een fokking hippie, ook dat nog.

ps: Ze kunnen het leuker maken. En makkelijker. Maar ze doen het niet. Maar dat is weer een ander verhaal.

3 gedachten over “Seminar der Belastingen

  1. Prachtig, voor mij mooi boeiend verhaal, ademloos zitten lezen, hoop dat je je tijdelijke belastingliefde nog eens tegen komt, je hebt vast nog wel een paar vragen…. en die erachter je zaten zijn belastinghuigelaars, eerst zeuren en dan schijnheilig de duim opsteken grrrrr maar ja dat gebeurt niet alleen bij belastingmensen….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s