Lunch

Het is vrijdag 10 juli, rond één uur ’s middags. Ik zit in de trein onderweg naar jou en bedenk me dat de laatste schooldag, of eigenlijk ochtend, er net opzit. Vakantie. Ik moet glimlachen en denk even terug aan hoe ik me altijd weer verheugde op De Grote Vakantie. En hoe ik, ik ben nu eenmaal altijd een vooruitkijkende tobber geweest, ook weer dacht dat de vakantie altijd weer zo snel voorbij was. In die tijd deden we nog niet aan mindfulness.

Terwijl ik zo een beetje het verleden overdenk word ik door mijn telefoon in een ruk teruggehaald naar het heden en omdat toeval niet bestaat, ben jij het:

Heejjj meisje…
– Hoi pap, waar ben je nu?
In de trein, ik ben er bijna.
– Oké, hoe laat ben je dan op het station?
Ehm, dat is… om zestien minuten over een.
– Vind je het dan leuk als ik je op kom halen bij het station?
Haha, jazeker! Dat vind ik heel leuk. En gezellig!
– Oké, dan ga ik over zes minuten de deur uit, dan ben ik denk ik wel iets te vroeg, maar dat geeft niet. En dan wacht ik bij de trap beneden.
Prima meisje, doe maar rustig aan. En anders wacht ik gewoon tot jij er bent.
– Oké tot zo pap!
Tot zo meisje.

Ik hang met een vette glimlach op. Ondanks dat ik liever mijn telefoon niet gebruik in de trein of andersoortig openbaar vervoer, maak ik voor jou graag een uitzondering. Tien jaar ben je. En vandaag is het 10 juli. En morgen, 11 juli, morgen word je elf. Je bent al zo groot. Doet al zoveel helemaal zelfstandig. Oké, deels noodgedwongen. Scheiding. Maar ik vermoed dat je ook als dat niet zo was geweest het liefst al zoveel mogelijk helemaal zelf zou doen. Dat is nooit anders geweest. En je zegt vaak genoeg dat je het fijn vindt om, als je ’s middags niet bij iemand gaat spelen, gewoon lekker naar huis te gaan. Je vermaakt jezelf thuis uitstekend. Lezen, knutselen, je speelt nog graag schooltje met je ontelbare hoeveelheid knuffels. Je bent al zo groot, maar gelukkig ook nog klein. Spelen is het liefste wat je doet en je bedenkt spelletjes, dansjes en liedjes in een handomdraai. Maar je doet ook boodschappen als het nodig is. Maakt zelf eten en drinken klaar. Tien jaar. Bijna elf.

Ik weet nog als de dag van gisteren dat je toen je nog niet kon lopen of zelfs kruipen, al snel in de gaten had hoe je je toch door de kamer kon verplaatsen: rollend. En doelgericht. Mijn kastje met cd’s was regelmatig de klos. Rolde je met veel plezier naartoe om de cd’s er vervolgens op je gemak één voor één uit te halen. Boekje uit het doosje en er dan lekker aan knagen. Of zo’n boekje scheuren, dat vond je ook prachtig. Ik ben daar ongeveer drie keer ingetrapt, daarna verhuisden mijn cd’s naar boven. Je hebt er geen traan om gelaten. Je verrolde gewoon je aandacht. En inmiddels zijn cd’s zelfs achterhaald. Je zoekt je favoriete muziek op via YouTube. Tja, de tijd vliegt. En we vliegen gewoon maar mee.

Als ik uitstap en uitcheck zie ik je beneden bij de roltrap staan. Skinny jeans (of is het een jegging, ik weet nooit zo goed het verschil), een kleurig maar stoer, nonchalant shirt, hippie-tas over je schouder, Birkenstocks. Ik lach en zwaai naar je en daarmee leid ik mooi de aandacht af en voorkom ik dat de brok in mijn keel te groot wordt en slik ‘m op tijd weg. Ik ben nooit een stoere vent geweest, maar laat liever ook mijn emoties niet te snel zien. Voelen doe ik ze als een gek, maar tonen laat ik met liefde aan anderen over. Sociale gêne speelt overigens ook een niet uit te vlakken factor.

Ik kom beneden en sla mijn arm om je heen en we geven elkaar een kus. Ik laat mijn hand nog even over je hoofd gaan, maar ook jij bent je sociaal zeer bewust, dus zonder er verder woorden aan vuil te maken, lopen we vet-cool naar de uitgang. Je pakt je fiets en dan lopen we naar de andere stalling waar mijn fiets gelukkig ook nog steeds staat. Ik zou ‘m met een ketting op slot moeten zetten, maar tot nu toe kom ik er mee weg door alleen het gammele beugelslot te gebruiken.

De zon schijnt volop en we fietsen in ons eigen stevige tempo naar het huis waar ik tot eind 2012 met jou en mama woonde. Ik vraag of je al hebt gegeten. En je zegt dat je nog geen honger had en vraagt of ik dan wel al heb gegeten. Nee, tenminste, wel vanochtend natuurlijk, maar nog niet vanmiddag. Ik heb best wel trek. En jij inmiddels ook, zeg je. Mooi zo, zeg ik, dan gaan we eerst samen eten en daarna moet ik echt nog een uur werken. Dan ben ik precies op tijd klaar voor ik met je naar tennisles ga. Jij vindt het prima. Je vindt het al fijn dat ik er nu al kan zijn. Mama is nog op school. Het jaar afronden, opruimen met de andere leerkrachten en dan met z’n allen lunchen, dus die is er voorlopig nog niet.

Als we de woonkamer binnenkomen maak jij een armgebaar naar de eettafel en roept ‘Tadaaaa!’.
Je hebt de tafel gedekt met verse broodjes, croissants en de thee staat al klaar. Ik ben blij verrast en jij lacht terwijl je vertelt dat je zo blij was dat ik nog niet had geluncht. Je was namelijk wat later uit school gekomen, rustig naar huis gefietst en onderweg had je je plan bedacht. Je had geld uit het potje in de keukenkast gepakt en was boodschappen gaan doen. Toen snel naar huis, tafel dekken, theewater opzetten en toen mij gebeld; je was precies op tijd klaar om mij op te kunnen halen.

Ik lach en voel een nieuwe brok in mijn keel en mijn ogen prikken. Je bent zo lief en al zo groot. En gelukkig ook zo vaak nog zo klein. Nog maar tien en toch al tien. En morgen, 11 juli, morgen word je elf.

16 gedachtes over “Lunch

  1. ik kan wel zeggen dat ik dit niet met droge ogen heb heb gelezen…. zo mooi. zo lief zo emotioneel, wat een lieverd is ze toch….goed verteld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s