Bloemenmeisje

Ze zit een beetje te draaien op haar stoel. Steeds weer even verzitten. En het lijkt of ze steeds mijn kant opkijkt. Ze probeert mijn aandacht te trekken, oogcontact te maken, maar ik doe net of ik het niet in de gaten heb; ik heb even geen zin in flauw OV-geflirt. Het irritante is natuurlijk wel dat ondanks dat ik doe alsof ik haar niet zie en haar onrust probeer te negeren, ik me ondertussen volledig wèl laat afleiden en me niet kan concentreren op mijn boek. Verdorie. Heb ik weer. Wil ik ook eens stoïcijns doen… Kom op jongen, laat je niet gek maken. Gewoon lezen nu. Maar ze kijkt weer mijn kant op. Ik voel het, ik hoef niet eens quasi opkijkend en nadenkend voor me uit te mijmeren alsof ik wat ik zojuist heb gelezen eens goed tot me door wil laten dringen.
Of ben ik nou gek? Misschien kijkt ze niet eens naar mij, maar beeld ik het me in. Dat zou vrij sneu zijn. Misschien ziet ze gewoon aan mijn kant door het raam een mooier weiland dan het weiland aan haar kant. Het is tenslotte nogal een verschil, het Nederlandse voorbijrazende landschap van koeien, wolken, molens en weilanden. Links kan het zomaar zijn dat het weiland paars is. En de koeien roze, terwijl rechts de molens zweven op de wolken. Ik noem maar wat.

Met een enigszins lome beweging – ik veins nog steeds in gedachten te zijn – kijk ik uiteindelijk toch maar haar kant op. En verdomd, ze kijkt eventjes terug en dan ook gelijk weer weg. Wat is dit? Zit ze nou te flirten of wat? Want ik stond toch heel even op het punt om haar te belonen met een korte vriendelijke blik. Zo sociaal ben ik dan, puur automatisme. Maar ja, als zij dan gelijk weer wegkijkt voel ik me een beetje in de maling genomen. Laat ook maar. Ik duik nu echt mijn boek in.
En net als ik eindelijk de regel heb gevonden die ik al tien keer hiervoor las en nog maar een keer lees om terug te komen in het verhaal, staat ze op. Station Abcoude. Ze moet er uit. In fokking Abcoude. Waarom zou je daar uit willen stappen? Maar oké, whatever.

Haar lichaamstaal verraadt een vleugje onzekerheid. Ze blijft net iets te lang staan, kijkt om zich heen en dan naar mij. Ik kan niet anders dan naar haar kijken. Ze dwingt me er gewoon toe met haar getreuzel. Ik kijk terug en recht in haar gezicht, maar wel op zo’n nonchalant mogelijk manier, alsof ik haar aanwezigheid nu pas opmerk. Ze glimlacht heel lief en vraagt,terwijl ze naar een grote bos bloemen op het bagagerek boven mij wijst (waar komen die vandaan, ik had ze zelf nog niet eens gezien?!) of die bloemen van mij zijn. Ze weet het antwoord, want ik stapte na haar de trein in. “Nee”, zeg ik. “Niet van mij”. En ik lach er een beetje onhandig bij. Veel te hoog ook.
We staan bijna stil als ze aan mij vraagt of ik het goed vindt als zij de bloemen dan mee naar huis neemt. Ze bloost ervan.
“Natuurlijk”, zeg ik. “Neem ze maar mee. Mooi begin van je weekend, toch?”
Ze knikt, lacht bijna opgelucht, pakt de bloemen en een paar tellen later loopt ze de trein uit, het perron op, het station uit. Naar huis. Met bloemen. En ik lees voor de twaalfde keer dezelfde zin.

8 gedachten over “Bloemenmeisje

  1. Wat een mooi verhaal, de titel past er zo goed bij….ze was op de bloemen uit hahahaha, ze had ze al zien liggen.. ja een mooi verhaal zoals je het hebt verwoord ook.

  2. Tja, als jij al schaterlachend in de treinwagon zit niets vermoedend van een inkomende dame, daarna je boek pakt en even vergeten wat je deed in die overvolle trein. Tja.. zout ikku ook de hele tijd naar die rare snuiter kijken hoor!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s