Onze dochters

Zijn dochter zit nog niet zo lang bij die van mij in de groep en nu blijken ze vrij dicht bij elkaar te wonen en zo is sinds een week of wat vijf voor acht bij de benzinepomp een min of meer vaste afspraak geworden. Die van mij vindt het prima, al vindt ze het als doorgewinterde solofietser soms ook wel een beetje lastig om zo’n vaste afspraak te hebben. Aan de andere kant: het is ook wel gezellig en het klikt tussen die twee.

Ik kom hem tegen als ik samen met mijn dochter vanuit school naar huis fiets. Ze fietsen voor ons en als mijn dochter ze ziet versnellen we en halen ze bij het kruispunt in. Als vanzelf fietsen we met z’n vieren het laatste stukje verder. Ik weet al van mijn dochter dat hij in Spanje woont, maar is nu een maand of twee in Nederland is. Hij logeert in de buurt van zijn ex-vrouw en kan zo veel tijd met hun dochter doorbrengen. Het is een aardige man, zoiets wat je op je klompen aanvoelt. Niet dat die uitdrukking hem veel zal zeggen, maar hé, we zijn tenslotte in Nederland met uitsluitend molens, tulpen en klompen.

Ik fiets voorop, dan de twee meiden en hij erachter. Voordat ik me zo nonchalant mogelijk King of the Fietspad zwabberend met een houding van zo doen wij dat hier als fietsvolk aan hem voorstel, probeer ik eerst mijn beste Spaans uit op zijn dochter. “Het is toch: yo quiero Terri’s papa?” Ze lacht en verbetert me: “Nee, yo soy. Het is soy.” Aha, ja, dat is waar. Ooit, een kleine honderd jaar terug, was ik op rugzakvakantie in Costa Rica. Daar heb ik me anderhalve zin en wat losse woorden Spaans eigen gemaakt. Aan inflatie onderhevig, zo blijkt.

Vol zelfvertrouwen minder ik vaart en kom naast haar vader te fietsen, ik kijk opzij, lach en zeg: “Yo soy Terri’s papa.” Hij lacht. Opgelucht bijna: hoera, een Nederlander die Spaans spreekt! En in razend tempo stelt hij zich aan mij voor. Dan kijkt hij mij verwachtingsvol aan en blijft een halve seconde een vraagteken tussen onze fietsen hangen. Ik zeg lachend in het Engels dat meer Spaans er voor mij niet in zit. We lachen allebei en in het Engels praten we verder. Natuurlijk ook over onze dochters. We zijn het er allebei oprecht over eens dat die twee meiden daar voor ons, een zwarte en een blonde paardenstaart in de wind, onze zwakke plekken zijn. Bijna tegelijk leggen we onze hand op onze borst, ter hoogte van ons hart en knikken begrijpend naar elkaar. Ik kan er niets aan doen, maar mijn ogen prikken onmiddellijk en mijn keel knijpt dicht. Het overvalt me en het bevestigt wat me al een tijd lang opvalt: ik begin een sentimentele emo te worden. En op de meest onhandige momenten, zoals ook nu. Ik vind het een beetje gênant en ik ben blij dat de meiden en hij het niet zien, want ondertussen steken we onze handen op: hier gaan wij naar links en zij rechtdoor.

16 gedachtes over “Onze dochters

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s