Gele, blauwe en af en toe een rode stip

Overal was het een puinhoop, ik stoorde me mateloos aan alles en iedereen. Ik had er meer dan genoeg van, ik kon niet langer werken in deze wanorde. De chaos en de niet te corrigeren collega’s; hoe konden ze dit zo laten gebeuren? Ik nam mijn besluit in een opwelling, omdat ik voelde dat alles hier tegen mijn wezen indruiste. Ik nam ontslag. Per direct.
Pas later realiseerde ik me dat ik er niet verstandig aan had gedaan. Ik werkte ook nog aan een opdracht als freelancer voor hen, maar het was vanuit hun standpunt niet meer dan vanzelfsprekend dat ik daar dan verder ook niet aan hoefde te werken. Ik probeerde ze te overtuigen dat het één los stond van het ander, maar ze wilden er niet aan: mijn besluit had hen ook in de problemen gebracht, ik moest dan zelf ook maar op de blaren zitten. Bloeden.
In een uiterste poging om de boel een klein beetje te lijmen, ben ik nog alle verdiepingen afgegaan met een vlag van het concern. Zelf in elkaar geknutseld met een laken, een stift, eindjes touw en een pvc-pijp als vlaggenstok. Mijn inmiddels ex-collega’s liepen achter mij aan. Sommigen spraken me moed in en anderen lachten me uit. Het was een bonte stoet. Toen ik eindelijk helemaal boven in het gebouw was, het trappenhuis leek eindeloos, opende ik de deur naar het dak. Ik keek over de dakrand heen en mijn maag draaide zich om.
Daar beneden waren de mensen letterlijk stippen. Gele en blauwe. Minions, dacht ik. Af en toe liep er een rode stip tussendoor. Ik had geen idee waarom, maar ik sprong zonder er verder bij na te denken over de rand en stortte zonder een kik te geven te pletter. Dacht ik. Maar nee, het vallen hield maar niet op. En toen ik eindelijk mijn ogen open deed zag ik dat ik gewoon meedeinde in die massa van geel, blauw en af en toe een rode stip. Ik was een van hen. We hadden een missie, al had niemand mij er ook maar iets over verteld. We moesten van de ene naar de andere toren zien te komen. We zongen onszelf moed in met liederen die ik niet kende, maar die ik met gemak mee kon neuriën. We waren allemaal één en we zongen en zouden vechten voor wat we waard waren. Ik vroeg me af wat die waarde dan zou zijn. Wat is in godsnaam onze waarde? Ik werd gek van die vraag die maar aan mijn hersenstam bleef kleven en als een gezwel groter en groter werd. Mijn hoofd stond op barsten, ik wilde schreeuwen, maar waar eerst de wereld nog bezaaid was met blauw, geel en af en toe rood, was nu helemaal niets meer. Iedereen was weg, alles was verlaten, alles was donker en alles was stil. Doodstil. Ik hoorde alleen mijn hart bonzen en ik tastte half in paniek om me heen. Mijn hoofd was te zwaar voor mijn lijf en mijn nek knakte. Mijn hoofd rolde weg en alles draaide en draaide en draaide…

De wekker met zijn felrode cijfers bracht me enigszins bij zinnen: 03:07.

10 gedachtes over “Gele, blauwe en af en toe een rode stip

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s