Sleep when I’m dead

Het miezert een beetje, maar toch werk ik in de tuin, net als mijn buren. Zij hebben zo’n werkjas aan, je weet wel: grotendeels fluoriserend onderbroken met stroken donkerblauw. Of is het heel donkergroen? Ik weet het niet precies, het is moeilijk te zien. Ze hebben er een passende broek bij. Die is dan weer helemaal donker met alleen onderaan fluorstrepen. Inclusief profi werkschoenen. Eigenlijk precies wat de gemeentewerkers aanhadden (en hebben) toen ik bij de Gemeentereiniging Rotterdam mijn bijstandsgeld bij elkaar mocht prikken. Ik had toen alleen een hesje aan. En werkschoenen van het uitzendbureau waar ik daarvoor nog werkte, maar waar er na twee contractverlengingen werd gezegd dat ze me niet kwijt wilden, maar ze me ook geen vaste baan aan konden bieden – zo was het nu eenmaal geregeld tegenwoordig, zeiden ze. De vrije banenmartkwerking, vermoed ik.

Ik zeg buren, maar ik zie er maar eentje. Een man, denk ik. Qua postuur. Hij heeft de capuchon die aan de jas zit opgezet. Ik zie zijn (v/m) gezicht niet, maar toch weet ik dat er ook naar mij wordt gekeken. Moet ook wel, want steeds als ik even niet kijk, is er iets uit mijn tuin verdwenen. Tuingereedschap, bedoel ik. Geen struiken of gras, of tegels. Nu ook weer. Ik had zo’n handharkje, of hoe dat ook heet. Weg. En ik zie ze kijken, ze checken me. Ze willen zien hoe ik reageer. Ja, ze, want ook al zie ik er maar een, ze zijn met minstens twee. Dat weet ik gewoon. Ik voel het. De sfeer was al niet best tussen ons en die wordt er niet beter op. Ik besluit op ze af te stappen, er iets van te zeggen. Het is toch te idioot dit?!

Precies op dat moment wordt ik van achteren, uit het niets, bij mijn enkels vastgepakt en klap ik voorover. Met mijn gezicht in de natte aarde. Mijn armen zijn stijf, wat verklaart waarom ik niet eens een poging deed om mijn val te breken. Ik schrik me kapot, al besef ik dat amper – ik word aan mijn enkels en met mijn armen stijf langs mijn lichaam over de grond onder de struiken in mijn tuin getrokken. Mijn gezicht schuurt over de grond. Ik ruik het vocht en zie dat de aarde in no time verandert in hele venijnige, dunne stekels die overgaan in doornen. Ik probeer mijn hoofd op te tillen om mijn gezicht te beschermen, maar het lukt niet. Ik kan me niet bewegen. Ik kan alleen maar roepen oké, oké! ik geef me over, ik geef me over!!

Dan word ik wakker van mijn eigen gekerm. Natuurlijk. Het is weer zover. Vrouwlief is ook wakker en vraagt of het gaat. Ze weet ook wel dat het niet om de vraag gaat. Dat ik haar stem hoor, daar gaat het om. Terug in het hier en nu. Ik ben thuis, in bed. Zoals altijd heb ik pijn op de bekende plekken (linkervoet, linkerbeen, onderrug, nek, schouders, armen) en tril ik van binnen. Alsof ik twintig koppen koffie op heb. Het duurt lang voordat ik weer in slaap val. Ik moet mezelf altijd even wakker houden, om niet weer in een volgende riedel terecht te komen. Het blijft lastig om dan niet al te wakker te worden, wat wel vaak gebeurt. Hoe dan ook wordt het een onrustige nacht. Het is eerder regel dan uitzondering. So be it en toch wen ik er niet aan. Al scheelt het wel dat ik sinds bijna drie jaar weet dat dit een naam heeft: slaapverlamming. Al die jaren, van kleins af aan, was het voor mij een raadsel en was ik bang om te gaan slapen. Overigens nog steeds een probleem als ik alleen ben. Dat het fenomeen te verklaren is, heeft me wel gerustgesteld. Dat is toch winst.

Tegen de ochtend droom ik weer. Nu van een heel andere orde, maar ook een droom die ik vaak heb, maar dan wel steeds in een andere context. Er moet iets gebeuren, maar ik kom er alsmaar niet aan toe. Het gaat vaak om optredens. Alles is geregeld, maar toch steeds net niet. Ik kom dat podium maar niet op en als ik er dan toch eindelijk sta, dan blijkt er toch nog iets mis te zijn. Iets met het geluid, mijn stem is weg, mijn gitaar doet niets, is helemaal niet van mij en voelt raar aan, de snaren ontbreken. Dat soort ongein.
Deze keer was het wel grappig. We hadden van PJ Harvey een mailtje gekregen met de vraag of we zondag (morgen dus!) voor haar wilden openen in de Heineken Music Hall. Ze liet weten dat ze dacht dat er ergens wel een floortom zou staan. En ze had twee piano’s gezien waar de buitenkant van ontbrak. Ze maakten nog wel geluid: uitstekend dus voor improvisatie of drone-music, zoals ze schreef. Oké. We wilden wel. Al vonden we het ook een beetje gek. We zijn niet vies van een experiment, maar hadden toch ook graag ‘gewone’ liedjes gespeeld.
Lang verhaal kort: we gingen spelen, alleen… het kwam er steeds niet van. Heel veel gedoe. Iedereen stress. Uitverkocht huis, maar er bleken helemaal geen spullen te zijn. Nergens, niets, nada. Geen instrumenten, geen geluidsapparatuur. En ik liep van hot naar her. Bellen, regelen. Polly Jean bleef er trouwens heel koel onder. Die zat rustig op een stoel wat voor zich uit te neuriën. Wanneer ik voorbij liep glimlachte ze naar me en gaf me een knipoog.
Werd ik toch nog blij wakker.

pjharvey-2
pj harvey

13 gedachtes over “Sleep when I’m dead

  1. Tjonge, wat een verhaal weer, en die nare dromen en die slaapverlamming jaren en jaren steeds weer opnieuw, ik weet ook wat het is, maar goddank niet zo vaak en zo erg als jij, maar ik voel met je mee, wat zou het fijn zijn als er eens een paar rustige gewone slaapnachten zouden zijn.Dat wens ik je van harte toe, en gelukkig werd je toch nog een beetje blij wakker. sterkte er mee. zucht…….van harte gemeend

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s