Lui #paraciteren

‘Ja, hé, met mij. Nee, in de trein. Naar Dordrecht, je broer. Ja, als hij niet naar mij komt, dan ga ik die kant wel op. Hij is gewoon lui. Vijfentwintig is ie. Ik drieëntachtig. En wie zit er in de trein naar Dordt? Die ouwe lul. Want hij verdomt het, dus nou ja. Lui is ie. Dat is dan je zoon. Maar ja, we doen allemaal wel eens iets waar we geen zin in hebben. Blij als ik weer thuis ben, maar wat een teringstuk is het elke keer. Nou, dan weet je waar ik ben vandaag, als je me zoekt.’