Lavendel

tijden die vliegen als hopen stront op de straat met opengereten asfalt als losliggend tapijt de kleedjesmarkt van alles thuis in het oosten het westen nergens is het best of beter weten tegen de klok in racen samen met de wind die het zand de maag schuurt

blikken doden op sterk water de spiegel stijgt met verbazing spelenderwijs van de gekken de dwazen de idioten dan eindelijk de regen die het bloed langs de hersens spoelt door de goten genoten van de zon die haar kracht laat kennen verwennen verwaand vermaand tot de orde geroepen de plicht verzaakt de stad verzakt in het hart de grond in de kuil voor een ander het graafrecht als vingerwijzend zwijgend graf

stilte valt
steeds harder
en dieper
lucht is lava