Dust

Op het versleten vinyl ligt een kleurrijk kleedje. Allemaal rechte lijnen, veel tinten rood, maar ook zwart, geel en bruin. Als je het zo opschrijft moet je er niet aan denken dat het in je huis op de grond ligt. En dan die pluizige franjes. Moet je niet willen, toch?

Gelukkig voor hem ziet hij alleen maar zwarte vlekken voor zijn ogen en besluit hij te gaan liggen op de bank. Zacht met brede ribfluweel. Nah, fluweel, het is gewoon stof die je zo noemt. Het moet een naam hebben.
Hij doet zijn ogen dicht. Nog meer zwart en nu met vlekken in allerlei kleuren. Toch weer die kleuren. Alles draait. Hij is duizelig, misselijk en moe. Zo ontzettend moe.

Hij denkt aan hoe hij van de week op het station amper normaal kon lopen. Hij zag eruit als een strompelende junk. Bij Appie keken ze hem een beetje te lang aan naar zijn zin. Maar hoe hij ook zijn best deed gewoon te doen, het lukte niet. Te moe.
Het deed hem denken aan jaren en jaren terug toen hij na een – wat hij voor het gemak maar een zenuwinzinking noemt – nauwelijks nog kon bewegen. Het duurde weken voordat hij weer normaal kon lopen en zijn armen optillen. Natuurlijk precies toen hij net was begonnen met het opknappen van de woonkamer. Tenminste, het behang eraf en verf erop. Een puinhoop was het.

Als een waarschijnlijk blijvende herinnering aan die tijd, zijn er nog die tintelingen in twee tenen. Rechts. Want links tintelt standaard. Zo’n halve gare hernia die nooit echt doorzette, maar wel blijvende zenuwschade gaf. Gratis.
Grappig, hij kreeg als kerstpakket een Tinteling. Schattig toch hoe alles in elkaar overloopt. Net als zijn hoofd. Een afvoer zou best handig zijn. Hoewel dat eigenlijk niets oplost, het is een workaround, zoals ze dat in IT-land zo mooi noemen. Tja.
Hij moet nu maar opstaan, want dit schiet ook niet op.