Aandoenlijk

Ja, nou, dan heb ik toch met ‘m te doen hoor. Dan staat ie daar op zo’n vliegveld met zijn mooiste pak aan, helemaal alleen. En dan zo in die camera kijken met z’n boevige zonnebankkoppie. Heel serieus ook, dat kijken van ‘m.

Het mooiste is wanneer ie gaat praten. Die mond hè? Ja, ik weet het, ik schreef het al eens eerder en ik ben ook echt niet de enige die het vindt, maar het blijft mij toch zo fascineren, die mond. Een pratend kontgat is het. Beetje uitgelubberd. Gewoon te veel en te vaak gebruikt. Dat idee. Heel onsmakelijk, ja, zeker! Het is eigenlijk niet te doen, vooral niet als je net aan het eten bent. Of drinken. Of gewoon, sowieso. Het ziet er niet uit. Wanstaltig is het eerste woord dat ik nu zo voor m’n geestesoog zie.

Ach ja. En dan alles zo dapper met dat handje wegwuiven. Van alle blaam gezuiverd, dat soort taal. Stoer menneke. Maar nee, van alle blaam vrij zijn, Donald? Dat duurt minstens een generatie of drie, dan een hele, hele dikke muur (eentje waar jij heel trots op zou zijn!) en dan nog eens een lichtjaar of tien in mensheden. Zelfs dan is er nog geen zekerheid dat jouw schuld, jouw ravage, jouw leven dus an sich, spoorloos is. Heel misschien een toefje. Maar meer niet. Oké, een flintertje dan, hooguit. Nee, echt. Klaar nu, stoppen met dat gemekker. Het is je eigen stomme schuld. Of moet ik nu toch weer zeggen? Je dwingt me hoor, dat weet je hè? Donniemonnie, you talk shit. Zo. Hier, een toiletrol en nu je mond afvegen.