Sylvia

Mijn gedachten gaan terug naar het meisje in de wachtkamer op het station. Ik kwam binnen, jij keek me aan, ik zei hoi en jij zei hoi terug. Even later hield ik de wachtkamerdeur voor je open en stapten we samen in de trein naar Rotterdam, ik bleef op het balkon, jij ging een coupé in.

Ik was toen 15 en jij 17. Zo ongeveer. Niet dat ik dat destijds al wist, dat kwam pas later, toen ik op een mooie dag eindelijk tegen je durfde te praten. En we hebben wat gepraat, urenlang op jouw kamer. Je vertelde en benadrukte me toen ook vaak dat je niets zag in vaste relaties. Je geloofde er niet in.  Een teleurstelling voor mij en ik hoopte die verborgen te kunnen houden. Ik voelde inmiddels namelijk meer dan alleen vriendschap.

Een jaar of wat later had ik eindelijk de moed verzameld om de schroom van me af te gooien. We deelden de liefde. We werden samen volwassen, al kun je je altijd afvragen wat volwassenheid nu precies inhoudt. Verhuisden van Schiedam naar Rotterdam-West om in het centrum van Rotterdam eindelijk wat rust te vinden. Al was dat relatief. De kunst, de muziek, het eeuwige gedoe met werk en dus geld; het noodzakelijk kwaad.

Samen in een band, je had er een haat-liefde verhouding mee. Je speelde toetsen, zong soms mee, maakte de hoesjes voor onze demo’s – toen nog tapejes – en je ontwierp en maakte onze podiumaankleding. Jouw kunstwerk ontwikkelde zich in razend tempo. Je werkte tussendoor in het ziekenhuis, begon een nieuwe studie en begon voor jezelf als creatief therapeut om uiteindelijk de kunst alle tijd en ruimte te geven.

Na jaren en jaren scheidden onze wegen. Niet makkelijk, maar wel liefdevol. We gingen ieder onze eigen kant op. Onze paden kruisten elkaar nog regelmatig – met zoveel raakvlakken onvermijdelijk. We werkten zelfs nog wel eens samen. Dronken af en toe koffie met elkaar. Ons contact bleef. De afstand was letterlijk groter geworden, maar het deed voor mijn gevoel niets af aan de nabijheid.

Ondertussen werd je ziek. Geen dag is voorbijgegaan zonder dat ik toch op z’n minst heel even aan je dacht, je op die manier wat extra kracht hoopte te sturen. Want zelfs de Krachtvrouw kon wel wat extra’s gebruiken.

Toen je 4 mei even na elf uur ’s avonds overleed, stond ik op dat moment, zonder dat we het van elkaar wisten, heel dichtbij je – op het station van Nieuwerkerk. Deze keer niet richting Rotterdam, maar Amsterdam. De stad van ons prille begin. Cirkels, weet je.

Lieve Sylvia, ik zal altijd aan je blijven denken. Je hebt een veilige plek in mijn hart.