It giet oan

Tussen de buien door schotelden de antennes verse televisie voor. Het kwam van ver, maar dat deerde niet – het smaakte altijd naar meer, want wat je van ver haalt is lekker.

Men deed zich tegoed aan de ene na de andere aflevering, serie na serie werd verorberd. De kuilen in de bank waar het zitvlees zich zweterig warm hield, de door oma gebreide sokken, de kamerjassen en pyjamabroeken hadden de tijd van hun relatief korte levensduur. Het waren dagen dat het humeur zelfs tot ruim boven het vriespunt steeg.

En toch bleek de situatie onhoudbaar. Ruimschoots over de datum kwam er bijna uit het niets een einde aan al dit moois. Bijna. Want op de kalender had maart zich al geroerd. Ze hadden het allemaal gezien. Eerst met een scheef oog, daarna met vierkante ogen, maar ze zagen het. Niemand sprak erover. Maarts zwijgen.

Zonder er een misverstand over te laten bestaan sloeg direct op de eerste van de derde het noodlot toe. Een flits, een knal, de lucht van verbrand plastic en een rookontwikkeling die zonder aanzien des persoons slachtoffers maakte. Het verdriet was dagen, weken en maanden te groot, niet te bevatten.
Totdat Netflix een genereus en niet te weigeren bod deed op de rechten van dit zoutovergoten drama.