Marsenpijn

Wanneer het lopen zeer doet, de lange wandelingen, het eindeloze marcheren, de paden op de lanen in, bocht na bocht, na kruispunt na mijlpaal.
Als alleen nog de jagende wolken het enige is wat je achter het rood en zwart voor je ogen nog vagelijk waar kunt nemen, het licht uitgaat in de wereld daarbuiten, het stilaan licht en wazig wordt in je hoofd, de schemering valt voor je voeten, je kuilen niet meer kunt ontwijken en struikelend, bloedend en misselijk je leven als een clichématige nachtkaars dooft, bedenk dan dat dit is waarom ze ooit marsepein uitvonden. Mierzoet en troostend. Jankend van suikerbomgeluk mag je dan eindelijk languit op je verweerde volle bek gaan. Rollend door de modder, snotterend van eeuwige dankbaarheid.
Daarna komt de allesverscheurende kiespijn – kijk, en daar zijn kiezelsteentjes dan weer goed voor.